ROAD-TEST VAN DE R26
BMW is een merk, dat zich de laatste jaren nog meer
in de populariteit van vele motorrijders mag verheugen dan ooit het
geval is geweest. Ook langere tijd terug zagen vele het bezit van zo'n
machine als een ideaal en in ieder geval was het dit ook in zoverre,
dat het voor een grote categorie motorrijders onbereikbaar was.
Tegenwoordig is echter de prijs van een BMW niet zoveel hoger meer dan
die van een andere (dit wil meestal zeggen een Engelse) machine in
dezelfde klasse. De situatie is zo veranderd, dat procentueel thans
meer BMW's gekocht worden dan vroeger. De wensdroom van bewonderaars
van de Beierse machines, ooit nog eens bezitter van zo'n 500 of 600 cc
boxer-twin te worden, wordt ook nu echter niet altijd werkelijkheid,
want een bedrag van ca. vierduizend gulden is nog altijd meer dan de
doorsnee motorman besteden kan. Voor heel wat minder geld biedt BMW
gelukkig nog een ander model, weliswaar maar half zo
"zwaar", maar toch een echte BMW; het is de 250 cc ééncilinder
kopklepper. De gelijkenis met de twins is treffend. Bij de huidige
modellen vinden we dezelfde framebouw en vering, ook cardanaandrijving
(als vanouds bij BMW) en ... de kwaliteit van de kwartliter heeft hem
de naam bezorgd, onverwoestbaar en oerbetrouwbaar te zijn. De R25's,
de voorlopers van het model R26, zijn altijd typische toermachines
geweest, echte rustige motoren, bij uitstek geschikt voor de bezadigde
liefhebber van een motor, die constructief op hoog peil staat en ten alle tijde
doet wat er van hem verwacht wordt, zo lang althans geen prestaties op
sportief niveau verlangd worden.
Met de R26 heeft de fabriek kennelijk een grotere groep
rijders willen bereiken en wel - naast de gegadigden voor een toer-
ofwel dienstmotor - met name ook degenen, die van een motor in deze
klasse eisen, dat er een behoorlijke dosis fut in zit. De R25/3 deed
het nog met 13 pk bij 5800 omw/min. Door toepassing van een grotere
carburateur (26 i.p.v. 24 mm inlaat), het opvoeren van de
compressieverhouding van 7 tot 7,5 : 1 en de gebruikmaking van een
nieuwe cilinderkop met grotere kanalen en ruimer bemeten koelribben is
het motorvermogen met ca. 15 procent gestegen tot 15 pk bij 6400
toeren. Er zijn machines in deze klasse, die nog meer presteren,
althans aan de pk-cijfers te oordelen, maar het is een publiek geheim,
dat de vermogensopgaven van BMW altijd erg aan de bescheiden kant
zijn, zodat ze ook nog waar zijn voor machines, die door altijd
aanwezige, kleine afwijkingen niet tot de allersterkste van de serie
behoren; verschillen van 1 tot 2 pk zijn heel normaal en vaak is dan
ook te constateren, dat de ene motor wat sneller en feller is dan een
andere, die toch tot hetzelfde type en bouwjaar behoort.
Constructieve kenmerken van de R26 motor zullen we hier
nauwelijks meer hoeven te geven, want niet alleen werd er al eerder
een bespreking in MOTOR aan gewijd, doch tevens gaat het hier
feitelijk om een al meer dan twintig jaar oude constructie, die wel
regelmatig verder ontwikkeld werd doch niet in principe veranderd is.
Een bijzonderheid bij de R26 is wel, dat de drijfstang
niet meer van staal is, doch van een speciaal soort gesmeed
lichtmetaal, het grote drijfstang-oog heeft geen speciale lagering
(dus geen rollen in een kooi) meer doch grijpt direct om de krukpen.
Voor diverse gegevens betreffende de motor verwijzen we verder naar
het kolommetje en op deze plaats vermelden we nog alleen de goede
bereikbaarheid van de elektrische installatie - geheel vooraan de
motor - en de goede afleesbaarheid van de peilstok, die de controle op
de aanwezige olievoorraad in het carter gemakkelijk maakt; tussen twee
haakjes: die olievoorraad is met 1,25 liter vrij bescheiden zodat
controle eens per 500 km zeker geen overbodige luxe is; anderzijds
heeft een kleine hoeveelheid olie als voordeel, dat deze snel op
temperatuur is en dat het olie-verversen voordeliger is dan bij
welhaast iedere andere machine!
Dat de R26 moderne voorvering heeft met lange
schommelarmen en dat zowel de veerelementen hiervan als die van de op
belasting instelbare zweefarm achtervering, hydraulische schokdempers
hebben, mag welhaast algemeen bekend verondersteld worden, zeker bij
lezers van dit blad. Vermeldenswaard is zeker, dat lagering van de
schommelarmen vóór en die van de zweefarmconstructie achter door
nastelbare conische rollagers verzorgd wordt; een niet goedkope maar
wel fraaie uitvoering.
Vanzelfsprekend zijn de 18 inch wielen, die lichtmetalen
velgen hebben, voorzien van steekassen. Er zijn nog vele punten aan
het rijwielgedeelte, waaraan merkbaar is, dat de machine met
bijzondere zorg geconstrueerd en afgewerkt werd. We noemen de prima
stuurhandles, de robuuste en zeer gemakkelijk te bedienen middenbok en
het enorme achterlicht, dat wel wat erg groot is maar dan ook beter
aan zijn doel beantwoordt dan de meestal nog al sobere exemplaren op
andere Duitse machines. In het kastje achter de cilinder zijn de accu
en het luchtfilter ondergebracht; het gereedschap vond een royale
bergplaats in een compartiment boven in de tank.
We hebben thans lang genoeg bij de machine stilgestaan om
startklaar te zijn voor het hoofdstuk rij-ervaringen.
De R26
bleek een zo gemakkelijke starter te zijn, dat nimmer gedurende de
testperiode ook maar enige behoefte gevoeld werd aan een luchtmanette
of iets dergelijks, die we bij deze motor dan ook niet aantreffen. Het
bedienen van de dwarsgeplaatste kickstarter mag dan niet zo handig
gaan als bij de meer gebruikelijke opstelling het geval is, een
bezwaar is dit geenszins wanneer een machine zo prompt op de eerste of
tweede startpoging reageert als deze BMW. Loopt de motor, dan valt
meteen de mechanische geruisloosheid op alsmede het mooi regelmatig
stationair draaien. Door de dwarse plaatsing van de motor in het frame
(de krukas ligt in de lengterichting i.v.m. de cardanaandrijving) is
het schudden goed zichtbaar, vooral bij plotseling gas geven. Het
verschijnsel als zodanig is echter volkomen normaal.
De
eerste versnelling ligt bij de R26 niet zo laag meer als bij de
vroegere 250-ers, maar het is nog nauwelijks meer dan een
wegrijversnelling en dus: meteen maar door naar twee. Het schakelen
bleek licht te gaan en zeker. Door de korte slag van het schakelpedaal
hoeft de voet niet van de voetrust genomen te worden. Prettig licht
werkt ook de koppeling en wanneer men deze even met wat gevoel
doseert, pakt hij prachtig soepel aan. Overigens is het bij deze BMW
net zo als bij de zwaardere twins, dat zich bij het schakelen gauw een
klik doet horen. Geruisloos schakelen is echter absoluut mogelijk, als
het maar niet al te snel geschiedt en niet al te ver in de
versnellingen wordt doorgetrokken, zonder de motor weer heel even van
toeren af te laten komen. Ook al gaat het schakelen geregeld met een
klik gepaard, dan schaadt dit de wisselbak geenszins en de eerlijkheid
gebiedt ons te zeggen, dat wij er niet speciaal ons best op gedaan
hebben om telkens iedere hogere overbrenging geruisloos tot stand te
brengen. Terugschakelen bleek veel gemakkelijker zonder bijgeluid te
gaan dan opschakelen.
Zo
lang de motor met een vrij laag toerental draait, gedraagt hij zich
heel erg kalm, trekt gelijkmatig en geeft de indruk, dat men met een
mak toerpaardje te maken heeft. Wordt dan gas gegeven om in een lagere
versnelling tot wat meer toeren te komen, dan blijkt er al spoedig
heel wat meer schot in de machine te zitten, dan men zou verwachten.
Van
50 tot 60 km/u in de derde versnelling was bij de beproefde machine
een flinke mate van trillen waarneembaar, dit ondanks de in rubbers
opgehangen motor. De fabriek weet kennelijk wel, dat door de
motorplaatsing trillingen zich erger doen voelen
dan wenselijk is en rubber is als dempingsmateriaal dan ook op diverse
plaatsen toegepast. Over het geheel vonden we de trillingen echter
toch sterker dan bij de doorsnee andere motoren, al moet er aan
toegevoegd worden, dat ze buiten het genoemde gebied (en buiten de
overeenkomstige snelheden in andere versnellingen) absoluut niet meer
merkbaar zijn.
Wanneer
snel geaccelereerd wordt, zit men bovendien in de lagere versnellingen
zo boven de kritische toerentallen. En dan blijkt ook pas goed, hoe
verrassend veel schot er in de motor zit. En hij loopt dan als een
zonnetje, in één woord prachtig! Vergelijking met een 18 pk machine
leerde, dat de R26 hiermee volkomen op één lijn te stellen is. Van
stilstand af werd de 80 km/u in 11 seconden bereikt en binnen 20
seconden kwamen we aan de 100 km/u. Met een niet al te grote rijder in
het zadel werd, rechtop gezeten, een topsnelheid gemeten van 115 km/u
en ook dit duidt er wel op, dat deze BMW geenszins sloom is!