|
Hoe ontstaat nu
“die vonk”
 |
Algemeen bekend is de verwantschap tussen magnetisme en
elektriciteit. Als om een ijzeren staafje een draad wordt gewikkeld
en men stuurt een elektrische stroom door de draad, dan wordt het
staafje magnetisch. Omgekeerd; steekt men een magneetstaafje in een
draadspoel zal er in de draad een korte stroomstoot ontstaan. Trekt
men de magneetstaaf weer uit de draadspoel dan ontstaat wederom een
stroomstoot, doch nu in de omgekeerde richting.
|
 |
|
Wanneer
nu om de ijzeren kern twee draadwikkelingen worden gelegd en door een van
deze wikkelingen wordt stroom gestuurd (bijv. door de wikkeling te
verbinden met een batterij) dan ontstaat in de tweede wikkeling een
zogenaamde inductiespanning. Deze wordt echter alleen opgewekt op het
moment dat de batterijstroom wordt in- of uitgeschakeld. De
inductiespanning zal nog sterker worden als men de ene wikkeling over de
andere plaatst en als de wikkeling waardoorheen de batterijstroom gaat uit
weinig windingen van dik draad bestaat. De andere wikkeling dient dan uit
veel wikkelingen van dun draad te bestaan. Om een vonk te produceren die
een gasmengsel tot ontbranding brengt wordt bij een verbrandingsmotor van
het principe der inductie een dankbaar gebruik gemaakt.
Dit kan op twee manieren gebeuren. De eerste methode is om door de
wikkeling van weinig windingen, de primaire wikkeling A (Afb. 2) , een
batterijstroom te zenden. De secundaire wikkeling B (Afb. 2 ) is dan over
de primaire heen geplaatst en hierin ontstaat een hoge inductiespanning
die in staat is een vonk te produceren. De batterijstroom door wikkeling A
(Afb. 2 ) wordt voortdurend onderbroken door de contactpunten welke ( op
onze mono door de nok op de vervroegeras ) worden geopend en gesloten.
De inductieklos (dat is de ijzeren kern met de primaire en secundaire
wikkeling) wordt dan bobine genoemd en maakt deel uit van accu- of
batterijontsteking, een systeem dat op de meeste automobielen en op een
aantal (onze mono’s ) motorrijwielen wordt toegepast.
Uit:
brommers, scooters & motoren door J. Joppe
1963. Hans Kambier
|