Mobiel met mobiel
Het
was 11 augustus 1999. Weer zo’n prachtige dag. Het was ongeveer 18.00
uur toen mijn vrouw en ik besloten, nog een klein rondje te gaan maken. De
keuze was snel gemaakt. De R27. Hierop rijdt ze het liefst, was volgetankt
en is altijd in voor een lekker ritje.
Eerst maar eens langs de Maas, vanuit het zadel kijken naar al die
bootjes. Daarna naar het kasteel Heeswijk. Een reep en blikje uit de
tanktas en even de benen strekken. Hierna zouden we met een grote boog
terug naar huis rijden. Omdat de toegangspas naar het kasteel lang en niet
best is, wat gesukkeld in de eerste versnelling. Na dat getrut is het
altijd lekker, wanneer je dan weer in de gelegenheid bent, even het gas
los te trekken. Zo ook die keer. Ik kwam echter niet verder dan een goede
70 in de derde versnelling. Plotseling onderin niemand meer thuis. Zonder
geknal, gepuf of ander onheil aankondigend. Eerst nog eens teruggeschakeld
naar twee om een eventueel vuiltje te verwijderden. Niks. Ook dezelfde
actie in de eerste versnelling leidde tot hetzelfde resultaat. Geen
paniek, zei ik nog.
Optimistisch gekeken naar het felle groene vrijstand en rode
laadstroomlampje. Spanning zat. Dus een kapotte zekering en/of accu kon ik
alvast uitsluiten. Omdat de bougie zeer heet was, maar eens gekeken of de
benzine toevoer er wel was. Helaas, geen probleem. Daarna
nonchalant een reserve bougie (toevallig in mijn jack aanwezig) in de
bougiekap gestopt. Geen vonk! Toen
werd het lastiger. Maar even kijken of er in de koplamp mogelijk een
draadje los getrild is. Alles prima vast natuurlijk. Draadjes van en naar
bobine ook allemaal keurig op z’n plaats. En dan wordt het lastig, met
niet meer op zak dan een schroevendraaier. Na 10 pogingen, waarbij ik elke
hand aan de uitlaat verbrandde, eindelijk het contactpunten dekseltje
eraf. Niks bijzonders te
zien. Of ja, toch wel. Er was een veertje van de vervroeger verdwenen.
Waar zou dat gebleven zijn? Ik ging er maar van uit, dat het in het gras
terecht gekomen was. Na veel met de vingers zoeken, niks gevonden. Maar
met een veer moet ie lopen, niet lekker, maar toch. Alleen nog steeds geen
vonk. Punten openden en sloten keurig, dus op het oog niks aan de hand.
Inmiddels was de R27 flink afgekoeld. Misschien toch een slechte
condensator? Helaas nog steeds geen vonkje.
Toen wist ik het niet meer. Nu ben ik een van die lieden die niet
van huis gaan zonder telefoontje. Dat was mijn geluk. Want er waren wel
mensen die behulpzaam waren, maar dat waren vrijwel allemaal fietsers. Dus
dat schiet niet op. Dus ten einde raad, maar contact gezocht met de
hulpdienst van de KNMV. Een uiterst vriendelijke mevrouw stelde me een
aantal vragen. Even, een klein kwartier, later moest ik me de schaamte
laten welgevallen. Een grote bergingstruck kwam met veel gedoe voorrijden.
Helemaal alleen, zielig bijna, stond mijn trots binnen 4 a 5 minuten vast
verankerd, boven op het laadperron van de truck. Een half uurtje later
waren we thuis en stond de R27 weer op z’n plaats. Het zinde me niks. De
dag erop de R27 meteen op de brug gezet en mijn sleutelmaat Mari gebeld.
Na het gruwelijke relaas aangehoord hebbende stelde hij vast dat “het”
moest in de buurt zijn van de contactpunten, of de condensator. Ik had
zowel punten als condensator nog als reserve in de kast liggen.
Verwijderen van de condensator is een fluitje van een cent. Dus die kwam
eerst. Geen verschil!. Dan andere punten. Tijdens het verwijderen hiervan,
kwam plotseling de ontbrekende veer tevoorschijn, dat wil zeggen compleet
op een oogje na. Voorzichtig nog maar eens gekickt. Geen resultaat. Dan
toch maar de punten eraf. Toen zagen we het!. Het ontbrekende oogje, had
zich prachtig genesteld tussen (geïsoleerde) hamer en (niet geïsoleerd )
grondplaat. Hierdoor werd een prachtige sluiting gecreëerd. Ga daar maar
eens zoeken! In minder dan 2 minuten na de ontdekking liep de R27 weer als
tevoren. We hebben ons inmiddels weer verzoend en hebben elkaar nadien
weer diverse malen uit gelaten.
Jos
|