|
Ik
kocht mijn R27 in oktober 1999. Hij zag er goed uit en liep goed. Het er
goed uitzien had ik voor het grootste deel te danken aan de restauratie van
het frame en plaatwerk door een vorige eigenaar, Ton Heijnen, die rond 1986
alles had gezandstraald en opnieuw zwart gespoten en van een blanke laklaag
voorzien. Daarna is er in 13 jaar door twee andere eigenaren nog geen
duizend kilometer mee gereden. Het blokje is niet meer open geweest na een
grondige revisie door een dealer in Viersen (Dld) na een vastloper in 1965,
nu 40 duizend km geleden. Wel is in 1998 een nieuwe zuiger en uitlaatklep
gemonteerd. Vorige eigenaren hebben altijd goede multigrade olie gebruikt.
Maar vanaf het begin van mijn leven met de R27 maakte de motor een licht,
mechanisch (bij)geluid. Het was rumoerig. In het begin dacht ik dat dat zo
hoorde. Maar tijdens ritten hoor je bij sommige mono’s het mechanisme niet
of nauwelijks bij stationair lopen, alleen de uitlaat hoor je af en toe een
plof laten. Prachtig, en wat was ik jaloers. Want het geluid uit het blokje
werd of harder of het ergerde me steeds meer. Het geluid is het best te
beschrijven als rinkelend. Het varieerde met het toerental maar had niets
met vermogen, vrijlopen of zo te maken. Ook de koppeling intrekken had geen
effect, het kwam dus niet uit de versnellingsbak. Vanaf het begin heb ik me
wel afgevraagd of de distributieketting wel een kettingspanner had. Mijn
motor is van 1960 en de spanners werden vanaf 1962 gemonteerd. Maar tijdens
de revisie in 1965 kon het misschien gemonteerd zijn. Bij clubritten heb ik
vaak aan anderen gevraagd of ze het geluid konden thuisbrengen. Er is met
schroevendraaiers aan oren geluisterd maar niemand wist zeker wat het was,
de suggesties liepen van defecte lagers via “iets bovenin” naar versleten
nokkenvolgers. Bert Duursma noemde het zorgelijk, er moest iets ernstigs aan
de hand zijn. Maar het blokje liep wel lekker behalve dat het stationair
lopen vaak wat onregelmatig was.
Ook
heeft vanaf het begin tijdens het rijden er wat olie gelekt van onderen. Na
enige tijd kwam ik er achter dat het uit een sleuf kwam tussen het blokje en
de bak. En dat het transmissieolie was. Dat moest een lekkende oliekeerring
zijn aan de voorkant van de versnellingsbak. De motor heeft eens een periode
van ca. 17 jaar stilgestaan en dat doet rubber dat droog staat geen goed. Na
iedere rit moest ik een oude krant onder het blokje leggen voor het
nadruppelen en dat staat niet bij een BMW. Hij komt tenslotte niet uit
Engeland. Toen in het vorige najaar de bak ook niet meer wilde
terugschakelen van 4 naar 3 en van 3 naar 2 zonder dat hij steeds uit de
versnelling vloog werd het tijd om in te grijpen. Dit ging zo niet langer,
ik had genoeg geduld getoond. Maar met mijn schaarse praktische ervaring in
alles wat het electriek te boven gaat zocht ik iemand die alle problemen kon
verhelpen.
Op
de motorbeurs in Barneveld in november vorig jaar zag ik een gebruikte
versnellingsbak liggen bij de stand van Broekhuis uit Aadorp bij Almelo. Het
bleek een R26 bak te zijn en die past niet i.v.m. de ophanging. Maar tijdens
een gesprek met Harry Broekhuis bleek dat hij wel bereid was mijn bak te
repareren en tegelijk naar het rinkelen te luisteren. Begin februari was het
zover, met de motor op de trailer naar Aadorp. Ook Broekhuis kon het
rinkelende geluid niet thuisbrengen. Hij kreeg de motor wel mooi stationair
afgesteld bij een laag toerental. Voor hem een diagnose dat de hoofdzaken
wel goed functioneren.
Eerst de bak gedemonteerd, gelukkig kwam alles redelijk makkelijk los. Eén
schakelmof omgedraaid en één vervangen, en alle lagers en oliekeerringen
vernieuwd. Alles zag er verder nog goed uit. De bak weer monteren vereist
vakmanschap die Harry in ruime mate bezit. Daarna ging de oliepan onder het
blokje eraf en kwam de verrassing: in de olie lagen halve rolletjes van
schalmen van de distributieketting. Dus werd het distributiedeksel
gedemonteerd en bleek dat de ketting zeker 4 cm speling had, en er geen
spanner was gemonteerd. Bij 5 naast elkaar liggende schalmen, en een eindje
verderop bij nog 2 schalmen, waren de geharde stalen rollen die over de
bussen van de rolketting zitten in twee delen gebroken en met de olie
weggespoeld. De ketting werd nog bij elkaar gehouden met de dunnere bussen
die onder de rolletjes zitten. Hoe lang dat nog goed was gegaan is de vraag.
De ketting had groeven van ca. 3 mm gesleten in de 3 nokken van het huis
waar de bevestigingsbouten van het deksel zitten. Ook het piefje waaruit de
smeerolie voor de ketting wordt aangevoerd was door de ketting millimeters
“afgevijld”. Het aanlopen van de ketting en de slechte staat van de
slingerde ketting verklaart wel het rinkelende geluid. De tandwielen waren
gelukkig nog goed. Na montage van een nieuwe ketting en een spanner hoor je
het blokje niet meer en loopt ook mijn R27 geruisloos. Stationair kan hij nu
ook zo langzaam lopen dat je niet zeker weet of hij de volgende slag haalt.
En je hoort alleen boem…………….boem…………..boem. Prachtig. We hebben het
stationaire toerental wel wat sneller afgeregeld voor praktisch gebruik.

Fam Broekhuis ook te vinden op de diverse beurzen
Tegelijk zijn er
wat ander zaken verbeterd of vervangen zoals een gebroken
koppelingsdrukstift (daar merk je niets van) en 3 silent bloks (één was
helemaal doormidden maar dat zie je niet). En alle pakkingen natuurlijk, een
nieuw isolatievulstuk van de carburator/kop verbinding, de /5 klem op de
carburatoruitlaat vervangen door een origineel type dat ik eens van Ron
Konijnendijk verkreeg, een olieaftapmoer met magneet aangebracht en wat
nieuwe bouten. Na zeer
geslaagde testritten van Harry en van mij, het schakelen ging weer goed, was
er geen druppel olie te vinden onder het blok. En wat een mooi geluid. Mijn
R27 lijkt herboren. Met dank aan Harry Broekhuis, ik heb in twee dagen veel
van hem over mijn motor geleerd door het meekijken en helpen.
Met
hernieuwd rijplezier hoop ik er weer veel ritten mee te rijden dit jaar.
Theo van der Ros
|